|
Negen moedige of onversaagde wandelaars
blazen verzamelen in Comblain-au-Pont om elf uur. Hans haalde het uur
van afspraak net niet maar dit keer speelden wegenwerken hinderpaal. Een
GPS aan boord
mag
dan wel praktisch zijn maar alleen de beste en ook duurste versies
vertellen je ook waar er werken je weg versperren. De dagen voordien had
het ook hier veel geregend. Het zou dus uitkijken worden in de eerste
kilometer. De deelnemers hadden natuurlijk onze beschrijving reeds
gelezen en keken halsreikend uit naar wat komen ging. Als opwarmertje
dus meteen steil tegen de helling omhoog. Het steilste stuk lag er
inderdaad uitermate glibberig bij en deed een aantal onder ons wanhopig
naar grip zoeken. Uitschuivers bleven gelukkig tot dan zonder erg. Zij
die wel de juiste schoenen aanhadden, liepen zich al gauw te pletter
tegen een rotswand. Op hun vraag hoe het hier verder moest, kwam droog
het antwoord van Peter dat het hier op handen en knieën verder ging.
Door een natuurlijke tunnel. Net zoals tijdens onze verkenning,
behoefden onze hondjes geen aanmoediging om deze hindernis te nemen. In
tegendeel, om te vermijden dat sommigen zich tezelfdertijd met hun baas
door de nauwe schacht zouden wurmen, dienden deze lieve
enthousiastelingen even kordaat aan de lijn gehouden te
worden
totdat baaslief voorbij de hindernis was. Bijkomend probleempje was nog
dat niet alle reutjes even lief met elkaar zouden omspringen, dus het
was even organiseren om iedereen veilig aan de andere kant van de rots
te krijgen. Kort samengevat: hond afgeven, rugzak afdoen, rugzak
doorgeven, door de pijp kruipen, enthousiaste hond tegenhouden, rugzak
terug over de schouders en dit alles op een redelijk smal en glibberig
richeltje. Het was dan ook niet te verwachten dat hier iets zou kunnen
gebeuren. Helaas kwam deze twijfelachtige eer aan de jongste van het pak
toe. Tuur ontfermde zich over Dante maar die dook iets te fel van de
richel en trok zo Tuur een metertje lager. Een pijnlijke enkel liet even
een zacht gevoel van paniek opkomen. Gelukkig viel het allemaal nog mee
en kon Tuur zijn weg verder zetten. Na de passage door de grote poort in
de volgende rots, mochten de gastheren
hun gevolg de volgende en gevaarlijkste hindernis van de wandeling
voorschotelen. De steile afdaling (what goes up...) had meer iets van
een roetsjbaan. Uitkijken was dus de boodschap! Gelukkig kwam
iedereen veilig en op eigen tempo beneden.
Even
bekomen aan de kleine bron om dan gezwind de weg verder te zetten. Het
vlakke stuk was van korte duur, dus iedereen mocht meteen op zoek naar
zijn tweede adem om de volgende helling te nemen. De pracht van het bos
maakte de klim echter een stuk aangenamer. Als beloning kreeg iedereen
boven een indrukwekkend zicht op de hoger gelegen weilanden, overspannen
met een dreigende hemel. Gelukkig hielden we het, wat onze bovenkleding
betrof, tot dan toe droog. Tussendoor nam Peter uitgebreid de tijd om de
nodige foto's bij elkaar te schieten.
Gestaag klommen we nu verder naar het hoogste punt van onze wandeling.
250 meter boven de zeespiegel en 150 meter hoger dan het vertrekpunt.
Van dan af was het dalen tot in de vallei. Even voorbij een bocht in de
brede veldweg kregen heethoofden Obi en Chicco het met elkaar aan de
stok. Je hebt nu eenmaal van die stoere jongens die het niet kunnen
laten om hun krachten te willen meten met elkaar. Dit was andermaal
buiten de waard of beter Peter gerekend. Met de behendigheid van een
slangenbezweerder, greep hij op het juiste moment Obi vast en liet zo
toe dat Chicco zich uit de voeten kon maken. De sukkelaar zat namelijk
tegen een prikkeldraad aangedrukt en kon geen kant meer uit, laat staan
zich deftig verdedigen. Verder bleef het rustig op
de wandeling. Wie nog energie te veel hadden
waren Lara en
Dunja.
Zij struinden geregeld de groep af en wisten zich best te vermaken. Na
de passage langs de Ourthe doemden de eerste huizen van Comblain voor
ons op. Een stel inwoners had langs de oever van de stroom zowaar een
barbecue aangestoken maar niet voor ons zo bleek. Jammer! Tijdens onze
verkenning was Comblain een bijna uitgestorven oord geweest. Nu was er
een volkstoeloop van jewelste en dit
alles vanwege een markt en een paar kermisattracties. Gelukkig vonden we
nog een zitje op het terras van het café waar ze ons de vorige maal
gastvrij hadden ontvangen. Enig minpunt was dat uitgerekend nu de
dreigende wolken een fijne mist op ons loslieten. De pret kon er echter
niet door bedorven worden. De warmte van onze vriendschap en het
uitgelezen gezelschap van onze Hovawartjes zal hier wel niet vreemd aan
geweest zijn. Terzijde moeten we nog even meegeven dat we gedurende onze
rustpauze zelf al uitgroeiden tot een bezienswaardigheid.
We zaten hier dan al wel over de helft van
onze tocht, er dienden nog twee hellingen genomen te worden. De eerste
weer steil maar eerder kort, de tweede wat langer maar gestaag. Het
tempo bleef op Hovawart niveau, vrij vertaald als stevig. Dit bleek
echter nu zijn tol te eisen bij Monik. Zij was niet
in
topconditie maar had er de voorkeur aan gegeven om toch met ons mee te
gaan eerder dan thuis te blijven. Niet uit medeleven maar omwille van
een ongeschreven wet die stelt dat je nooit iemand alleen mag
achterlaten in de bergen, bleef Marc haar gezelschap houden. Mits de
nodige stops haalden ook zij de finish. Terwijl zij nog aan hun afdaling
bezig waren, kregen de reeds
aangekomen hondjes de kans om hun borst eens nat te maken in de Ourthe.
De gezwollen stroom had nog steeds een stevig debiet en de Hovawartjes
die zich aan een frisse duik waagden konden deze
stroming nog net aan. Onze kleinste telg, Diddle, wilde zijn vriendjes
wel achterna maar een Chihuahua, hoe moedig dan ook, zou het snel moeten
afleggen tegen de stroming. Gelukkig wist hij even verder de oever te
bereiken en uit het water ontkomen. Inmiddels was heel de groep terug
samen en kregen we zelf ook een koude douche. Gelukkig stonden de wagens
vlakbij. Op jacht naar iets eetbaars en wat
warmte, verzeilden we in Aywaille. Een leuke
gemeente met tal van horecazaken. Helaas bleek
alras
dat die zaken die reeds geopend waren, ook geen plaats meer konden
bieden aan onze groep. Een overdekt
terras had nog wel gekund maar gezellig warm kunnen zitten was net iets
leuker. Na wat rond speuren vonden we uiteindelijk dat waar België
toch beroemd voor is: een frituur.
Maar wat voor eentje! Ruim, kraaknet en best gezellig. Ook de prijzen
voor een volledig menu bleken zelfs goed mee te vallen. Na onze
gastronomische maaltijd konden we dan, moe maar voldaan, huiswaarts
keren. Niet zonder dat we eerst de nodige complimenten in ontvangst
mochten nemen met de keuze van onze wandeling. Er zitten dus toch nog
avonturiers in ons Hovawartlandje!
Met dank aan Marleen, Monik, Alain, Hans,
Michaël, Ronald en Tuur voor hun deelname en natuurlijk ook de hondjes
die ze mee hadden.

|