|
Dat
Axel als puppy en later als jonge Hovawart wel altijd iets voor ons in
petto had waardoor je ofwel wanhopig werd ofwel in een deuk lag, hoeven
we jullie al lang niet meer te verklaren. De snedigheid van weleer is
dan wel verdwenen, het gebeurt nu allemaal veel meer bemeten.
Op 11 november mocht Axel plaats nemen op de achterbank, met gordel
natuurlijk. Dit was zeker niet naar de zin van Dunja en Elmo die ons met
lede ogen nakeken toen we het huis verlieten. Het kon Axel een zorg
wezen en algauw zocht hij zich een comfortabele houding uit om rustig
weg te dommelen. Onze eerste bestemming was het Abeo Hotel Goldener
Acker in Morsbach (niet zo ver uit de buurt van Siegen). De
oud-collega's van Marleen hadden ons een overnachting met ontbijt en met
hond aangeboden en dit was dus de gelegenheid om hiervan gebruik te
maken. Morsbach ligt een slordige 300 kilometer van ons vandaan en dus
was tijdig stoppen wel noodzakelijk. Net voorbij Luik hielden we dus
even halt om even de benen en de poten te strekken. De tien minuten die
hieraan vooraf gingen, had ik enkel zicht naar achter via de
zijspiegels. De achteruitkijkspiegel werd gedurende al die tijd opgevuld
door de grote, blije kop van Axel. Of hoe hij mij wist te vertellen dat
hij eens moest...
Na de stop dus verder naar Köln. Het mocht in België dan wel een
feestdag zijn, voor Nederlanders en Duitsers was het een gewone werkdag
met alle drukte van dien. Gelukkig was de timing goed gekozen en reden
we ons niet vast in één van de eindeloze files rond Köln. Eens voorbij
de Rijn, veranderde het landschap in een prachtig bergachtig gebied. Met
nu veel minder verkeer, mocht het gaspedaal wat dieper. Een poosje later
zoefden we gewoon aan de afrit van Morsbach voorbij om eerst even langs
Freudenberg te rijden. Dit is een leuk stadje met een historische kern
en leek de moeite om eens te bezoeken. Wij monsterden er de mooie
vakwerkhuizen en de plaatselijke bevolking vergaapte zich aan onze grote
beer. Die vond die aandacht natuurlijk weer super. Zum alten Flecken,
een hotel – restaurant, was de halteplaats voor de middag en wie kreeg
weeral de eerste bediening? Jawel! Axel! Na het eten nog even een
ommetje en dan rustig aan richting Morsbach. Wij dachten dat Morsbach
eerder een kleine gemeente was maar dit bleek eerder een uit de kluiten
gewassen provinciestad te zijn. Gelukkig was er overal groen te
bespeuren en het hotel zelf lag rustig gelegen. Na het vervullen van de
formaliteiten aan de balie, kregen we onze sleutel en onze kamer
toegewezen. Op de tweede verdieping en jongens er was geen lift! Met de
sleutel hadden we toegang tot het hotel via de nachtingang. Een smalle
doch niet al te moeilijke trap leidde ons naar onze kamer. Axel bekeek
zuchtend de trap, vond het maar niks en wilde niet meer verder.
Terwijl
we hem probeerden te overtuigen, kreeg onze deugniet de deur in de gaten
die net naast de trap op de keuken uitgaf. In plaats van de trap op te
stappen, probeerde Axel zich toegang tot die plaats te verschaffen. Het
rook er dan ook heerlijk... Na wat overtuigingskracht, drentelde hij dan
toch mee naar boven. Baasje mocht een aantal keer op en neer tot alle
nodige bagage afgeleverd was. Tijd om de boel wat te gaan verkennen.
Even de auto genomen tot in het centrum en dan verder te voet. Weer die
verbaasde blikken. Kenden ze dan geen Hovawartjes in Duitsland of was
het de trotse verschijning van ons Boeleke dat hiervoor zorgde? In een
winkel waar ze ook pijptabak verkochten, ging ik even mijn voorraad
aanvullen. De oude man achter de toonbank was zichtbaar ontroerd dat er
blijkbaar toch nog mensen waren die pijp rookten. Terwijl ik afrekende
verscheen ook zijn echtgenote in de zaak. “Of we hem niet wilden
vergeten?” deed ze haar intrede. Haar man en ik keken elkaar verbaasd
aan. “Wie?” “Wel die daar aan de ingang” ging ze verder. Onze blikken
wendden zich nu naar de deur. De gehele ingang was versperd door een
blonde, nieuwsgierige verschijning: Axel dus. De man die me zonet
bediend had, draaide zich om, trok een lade open en grabbelde er iets
uit. Samen slenterden we naar de uitgang en toen de man de deur
openzwaaide, stak Axel prompt zijn neus naar binnen. Uit het niets
toverde de man wat snoepjes tevoorschijn en Axeltje ging braaf zitten om
ze in ontvangst te nemen. Een volgende bezoeker hield de pas in en wilde
weten of we onze Hovawart nog nodig hadden. Zo niet, wilde hij hem wel
hebben. Over ons lijk ja!
Terug in het hotel, weer hetzelfde liedje. Opnieuw stapte Axel prompt de
keuken binnen en het kostte andermaal veel moeite om hem de juiste
richting uit te sturen. (Dit heeft hij dus elke keer gedaan als ik met
hem voorbij die deur moest.) Daar het nog te vroeg was om aan tafel te
gaan, daalden we opnieuw af langs de andere kant om iets te gaan drinken
in de uiterst gezellige bar van het hotel. Bij aankomst hadden we al een
tafeltje gereserveerd waar we genoeg plek hadden om Axel rustig te laten
liggen zonder de andere gasten te storen. Die gasten bleken overigens
allemaal uit ons land te komen. Die nacht verbleven er slechts 8
personen en 3 honden in het hotel. Lekker rustig dus. Het avondeten was
goed maar nu niet om er een kaartje van uitmuntend aan te hangen... Het
ontbijt mocht er dan weer wel wezen.
Na het inladen, afrekenen en uitchecken, wij weer verder. Via de gewone
wegen richting Bonn. Daar weer de Rijn over en dan naar Wintzen. Eerst
nog twee tussenstops; Euskirchen en Schleiden. Inkopen geblazen. In
Euskirchen mocht onze grote beer nog mee door de stad wandelen. Onze
aankomst viel er samen met het eerste carnavalsweekeinde. Veel te druk
en veel te veel lawaai. Zo snel mogelijk weer verder dus. Met een diepe
zucht liet Axel zich op de achterbank ploffen. “Ook niks voor jou zeker
beer?” wilde ik weten maar er kwam al geen reactie meer. Na de aanschaf
van de nodige proviand in Schleiden, streken we neer in Wintzen. Altijd
leuk als je de woning die je huurt al kent en dat je er alles weet
liggen. Maakt alles een stuk gemakkelijker. Na het uitpakken, stond Axel
al te wachten om zijn vriend een bezoekje te brengen. Voor zijn leeftijd
zette hij er behoorlijk de pas in en sleurde ons mee naar Bosse. Diens
baasjes troffen we buiten aan en Bosse had blijkbaar net een snoepje
verdiend na zijn wandeling. Dat moest nu even wachten tot Axel weer weg
was. Dat vond Bosse echter niet zo leuk want die maakte op een bepaald
ogenblik alle conversatie onmogelijk. We spraken af om maandagnamiddag
samen met hen een wandeling te maken. Na een rustige avond kropen we
relatief vroeg onder de wol. Onze nachtrust werd echter omstreeks vier
uur in de ochtend onderbroken. Marleen maakte me wakker en vroeg of ik
wist wat Axel aan het uitspoken was. Het leek of hij probeerde een
drumsolo ten beste te geven. Licht aan en met slaapogen op het geluid
af. Daar lag hij dan of beter, daar stak hij: enkel zijn staart en
achterpoten waren nog zichtbaar. De rest van ons Boeleke was onder het
bed verdwenen en blijkbaar probeerde hij zich al een poosje uit die
benarde situatie te bevrijden. Zonder succes overigens. We hebben dan
samen het bed maar opgetild en een overvrolijke schelm veerde overeind.
Ik mocht me haasten om mijn plek in het bed te bemachtigen want tellen
later kroop hij achter me aan en liet zich kreunend maar zichtbaar
tevreden tussen ons in neervallen. Ik probeerde uit te zoeken hoe hij
onder het bed was geraakt. Ik bedacht dat de grapjas zich tussen muur en
bed in paardenlig op de grond had gelegd. Waarschijnlijk had hij zich in
zijn slaap met de achterpoten tegen de muur afgedrukt en was op die
manier onder het bed geschoven met de bekende gevolgen van dien... De
worst! Tijdens de rest van het verblijf heeft hij er zich in ieder geval
niet meer neergelegd.
Op zondag trokken we naar de Losheimerknie. Een leuke wandeling langs de
Westwall, een Duitse anti-tankversperring uit WO II. Geloof het of niet
maar Axel wist zelfs jaren na zijn eerste bezoek er ons de weg te tonen.
Hij was zo tevreden over zich zelf dat hij zelfs zijn tong naar me
uitstak! Pff, de opschepper!
Maandagnamiddag dus op stap met Ralf en Bosse. Ralf, inwoner van Wintzen
en goede vriend, nam ons mee naar de heuvelrug boven Wintzen. Een waar
paradijs en echt iets voor hondenliefhebbers! We waren er overigens niet
de enigen. Na ons ommetje genoten we nog van de gastvrijheid van Ralf
terwijl Axel en Bosse ongestoord hun gang gingen. Gelukkig hadden onze
hondjes niet veel zin om het al te bont te maken en zochten ze elk een
plekje om er te genieten van de heerlijke najaarszon.
Dinsdag gingen we op zoek naar een Hovawart die blijkbaar in een
klooster woonde, dat was tenminste wat Marleen had kunnen opmaken uit de
beelden van een docu-serie op één der Duitse zenders. Met enkel een vaag
idee waar dit klooster zou kunnen zijn, begonnen we aan een spannende
odyssee.
Tegen de middag belandden we in Simonskall. Ik had ondertussen
wel trek gekregen in een kop koffie, ook al om even te bekomen van een
kleine schuiver. We kozen de Talschenke uit en dit bleek een voltreffer.
Op de vraag of we nadien nog gingen wandelen, legden we onze dienster
uit waar we naar op zoek waren. Geloof het of niet: binnen de kortste
keren kreeg ze nog assistentie van twee collega's. Eentje had ze zelfs
uit de keuken gaan halen omdat de dame in kwestie afkomstig was uit de
gemeente Zweifall, de plek waar het klooster lag. Na een voortreffelijk
middagmaal, ook in de Talschenke, zetten we nu koers naar Zweifall. Bij
aankomst aan het klooster werd ons de deur al geopend nog voor we konden
aanbellen. Axel hadden we voorzichtigheidshalve maar in de auto laten
zitten. Het klooster dat toebehoort aan de zusters Karmelietessen, wordt
nog slechts door twee van hen bewoond en zij weigeren hun woonplaats op
te geven. Vandaar dat ze ook de aandacht van de pers hadden gekregen.
Eén van hen stond ons te woord en toen ze het waarom van ons bezoek had
gehoord, kregen we zelfs de kans om hun hond te bewonderen. Het was wel
geen zuiver ras maar welk ander ras er precies mee vermengd was, bleek
helemaal niet duidelijk. Hermann, een hele leuke reu, begroette ons
uitbundig en liet zich de knuffels en aandacht welgevallen. Bij ons
vertrek (Hermann mocht in de tuin blijven), lieten we de zuster eerst
nog kennis maken met Axel. Vol bewondering bekeek ze hem en uiteraard
genoot onze schavuit weer ten volle van die aandacht. In de
late
namiddag waren we maar wat blij dat we ons in de zetels van ons verblijf
konden neervlijen. Axel leek niet alleen moe, hij was ook moe.
Hij was zichtbaar opgetogen als we op woensdag onze koffers pakten om
terug naar België te rijden. Geen vertrek natuurlijk zonder eerst nog
even op de koffie te gaan bij ons gastkoppel Trudi en Rolf. Super toffe
mensen, echte Eifler en vooral Rolf heeft een bijzonder gevoel voor
humor.
Terug thuis (nu ja, thuis?), wachtte ons een uitbundige begroeting
van... Elmo. La Dunja wilde maar één ding: zo vlug mogelijk bij Axel
kunnen. Zij gunde ons nauwelijks aandacht. Die kregen we pas later die
avond als de rust was teruggekeerd en onze oude, trouwe Axel zich vredig
had uitgestrekt op de zetel en waarschijnlijk droomde van zijn
belevenissen.


|