|
Moulin-du-Ruy,
waar lag dit dorp nu weer? Zelf zouden we er nooit opgekomen zijn en om
het te bereiken, moesten we wel de grote rijkswegen verlaten. Het was
één van diep typische kleine Ardense dorpjes, gelegen tussen
Francorchamps en Coo. Die plaatsen kent dan weer iedereen... Onderweg
naar het vertrek, kregen we melding van Ronald dat ook hij mee zou gaan
wandelen. Hij stond ons reeds glimlachend op te wachten toen we een
tiental minuten later de wagen parkeerden. Weersvoorspelling: kans op
regen, dus alvast de nodige regenkledij aangetrokken. Aiko wilde best
wel die mooie Hovi-girls van Ronald gaan begroeten maar die twee maakten
zich dubbel zo groot en toonden al hun tanden. Wijselijk hield hij dus
maar wat afstand. Na nauwelijks enkele tientallen meters verliet de
route het asfalt en kregen we meteen zicht op de eerste helling van de
dag. Het zou meteen ook de stevigste klim worden. Gelukkig was het nog
koel wat het stijgen niet extra bemoeilijkte. Eens de laatste afspanning
van een weide voorbij, kregen onze hondjes de vrijheid. Op een bepaald
ogenblik sloegen we rechts een pad in en keken we pal tegen de helling
aan. Geen horizon, enkel bos... Dit beloofde weer een krachttoer te
worden. Elk op eigen tempo, Ronald op kop, werkte zich de weg naar de
top. Het stijgingspercentage zat op sommige delen boven de 20%! Wie daar
helemaal geen last van had, waren onze lievelingen. Die kwamen af en toe
kijken of we nog wilden volgen en zetten dan een sprintje in naar boven
waar voor ons de gestalte van Ronald steeds kleiner werd. Eens boven
werd het tijd om al een laagje kledij kwijt te spelen. De temperatuur,
geholpen door een zon die de moeite deed om gaten in het wolkendek te
branden, was minstens al 5 graden gestegen. Het zweet stond ons dan ook
op het gelaat. Na een redelijk vlak stukje, werd het afdalen en opnieuw
stijgen richting Andrimont, nog een vergeten oord in die streek.
Opvallend: we hadden op onze wandeling nog geen levende ziel ontmoet.
Wel ideaal want dan dienden we niet in te grijpen om onze hondjes aan te
lijnen...
De
weidse bossen bezorgden ons een schitterend landschap met voortdurend
wisselende begroeiing. Het water dat we voor onze hondjes meezeulden,
bleek geheel overbodig want om de haverklap kruiste er wel een klaterend
beekje ons pad. Uiteraard maakten alle hondjes dankbaar gebruik van dit
gratis en lekker water. Opvallend ook de bijna hemelse stilte, enkel
verstoord door onze eigen voetstappen, gehijg en gepuf. Eens we
Andrimont bereikt en achter ons gelaten hadden, werd deze stilte wel
verbroken door het geraas van motoren. Beste bewijs dat we dicht in de
buurt van het circuit aangekomen waren. Gelukkig bleef het in tijd
beperkt en kreeg dit storende lawaai niet echt de kans om op ons systeem
te werken. Net als in de beschrijving, hielden we halt net over een
brugje over de Roannay, een riviertje dat water levert aan de Amblève.
Leuk dat men net daar een bank neergepoot had. Marc verkoos wel te
blijven staan. Tijd om de innerlijke mens wat te versterken en Spartaans
als we voor ons zelf waren, trokken we ons na nauwelijks twintig minuten
pauze opnieuw op gang. Na wat stijgen, kregen we weer een iets vlakker
onderdeel wat ons de tijd gaf om weer wat te bekomen. We volgden hier
wel de alternatieve route en volgens ons ook een veel leuker traject.
Terwijl we vorderden, ging Michka af en toe op jacht met in haar zog
vaak een nieuwsgierige Aiko. Ook voordien had ze dit reeds gedaan en had
de grote beer het vertikt om zich opnieuw bij ons aan te sluiten. Toen
hij uiteindelijk toch weer op het pad verscheen, mocht hij meteen weer
aan de leiband. Dit was duidelijk niet naar zijn zin maar hij begreep
snel dat hij blijkbaar iets mispeuterd had wat voor zijn trouwe
begeleider niet door de beugel kon. Lang hoefde hij echter niet te
wachten om zijn plaats tussen zijn harem in te nemen. Het was hen
trouwens allemaal aan te zien dat ze met volle teugen genoten.
Even
werden onze hondjes weer aan de lijn genomen om een strookje asfalt te
volgen maar de route leidde ons in geen tijd ook hier vandaan. Het was
ook de enige plek waar ons nog andere recreanten voorbij vlogen... de
vaak overmoedige mountainbikers. Voor elke zinsnede in de
beschrijving waar het woordje stijgen of stijgend in voor kwam, konden
Ronald en Marc het niet laten om Peter hiervoor te bedanken. Alsof hij
er iets kon aan doen dat je naast dalen ook vaak moest stijgen. Anders
dan tijdens onze debuut wandeling van het nieuwe seizoen, kregen we
tussen twee hellingen nu wel de tijd om op adem te komen. Dit maakte de
toch wel lastige tocht een stuk beter verteerbaar. Na pakweg 14
kilometer begon de meute toch iets meer ingetogen zijn weg te vervolgen.
Kunnen Hovawartjes dan toch moe worden? Schijn bedriegt en dat was nu
ook niet anders. Ze gingen enkel op zoek naar hun tweede adem (één van
de vele waarover ze beschikken). Even kregen we uitzicht op de finish
maar zoals het elke goede wandeling in zich heeft, draaide het pad
geheel van ons doel weg. De route schoof nu haar orgelpunt onder de
voeten: een ruige klim met percentages die richting 28 procent gingen.
Hier boden onze viervoeters het beste bewijs dat er nog geen greintje
verval te bespeuren viel bij hen. Zelfs Jana met haar 8 jaar klom
gezwind naar boven. Weer verdween Ronald zo goed als uit het zicht voor Marc. Peter vorderde ergens tussen hen in. Gelukkig duurde de klim niet
te lang. Zodra we weer samen liepen, verscheen links van ons een vrij
bekende (?) skipiste. Het pad hadden we voor een voor 4X4 aangedreven
voertuigen weg gewisseld. Zacht glooiend zoomde deze weg de skipiste af.
Dit
joeg uiteraard het tempo weer de hoogte in en kwam de aankomst nu veel
sneller dichterbij. Helaas hadden we nog niet het hoogste punt van onze
tocht bereikt maar dankzij de bredere boswegen viel het stijgen helemaal
niet zo zwaar. Een bordje met "Les grandes Fagnes" en 500m bezorgde ons
de nodige extra boost om de afdaling naar Moulin-du-Ruy aan te vatten.
Eens uit het bos was het uitzicht adembenemend. Ons startpunt, de kerk,
kregen we ook in het vizier. En weer draaide het pad de andere kant uit.
Noodzakelijk zo bleek want wie rechtuit z'n weg had willen zoeken had
voor nare verrassingen komen te staan. Na een weide te hebben
overgestoken, kromde de weg zich tegen de hellingen van een behoorlijk
diepe kloof. Elke geoefende wandelaar weet dat afdalen net zo heftig op
spieren en pezen kan inwerken als stijgen en dit werd ook weer zo'n
afdaling. Ofschoon boswachters deze weg zeker met hun jeeps gebruikten,
waren we ervan overtuigd dat dit enkel stapvoets kon. Wie hier van de
weg geraakte, donderde op bepaalde stukken enkele tientallen meters de
afgrond in. Dat overkwam ons natuurlijk niet en wat later hielden we nog
even halt om te bekijken waar we vandaan gekomen waren. Iets verder
staken we een iets bredere stortbeek over met halverwege een brugje. Tot
onze verbazing werd het plots opnieuw stijgen door een holle weg die bij
slechte weersomstandigheden net zo goed het uitzicht van een
snelstromend riviertje zou hebben. Waar het pad droger werd, wijzigde
het uitzicht van de ons omringende natuur andermaal. Over de kam
verbrede het pad en langzaam bogen we af naar de bewoonde wereld. Bosweg
veranderde in asfalt en ook de lindeboom in de beschrijving ontging ons
niet. Met nog een klein stukje af te leggen waren we er nu reeds van
overtuigd: dit was een prachtige wandeling! De eerste daken van het dorp
doemden voor ons op en zo werd het tijd om Aiko en co aan te lijnen. Die
grote deugniet had hier echter totaal geen zin in en verkoos zich tussen
z'n harem te verschuilen. Marc wilde niet op hem afstappen om te
vermijden dat de slimmerik er een spel van ging maken. Door van de groep
weg te stappen, probeerde hij Aiko mee te lokken. Dit lukte of toch
bijna...
Aiko
wilde niet aan de lijn en uiteindelijk bracht Ronald de hele groep tot
bij Marc waarna Aiko zich gedwee liet aanlijnen. Samen legden we nu de
laatste meters van onze tocht af. Bleek dat onze wagens ook nog om de
hoek geparkeerd stonden. Na eerst de dorstigen nog een keer gelaafd te
hebben, gingen we voor onszelf op zoek naar een taverne. Een boogscheut
verder lag (en ligt) La Gleize met een erg leuke en druk bezochte
brasserie: "Brasserie
du Vert de Pommier". Voor wie geen Frans spreekt, geen nood! Men
spreekt er ook Nederlands en je krijgt er nog een voortreffelijke
bediening bovenop zonder dat dit de totale inhoud van je beurs moet
kosten. Eten hebben we er zelf niet gedaan maar dat doen we zeker een
volgende keer als we eens in de buurt zijn.
Na ons natje en ons droogje, dit keer
aangeboden door Ronald, keerden we lichtjes moe maar zeer voldaan
huiswaarts.
Wij verwachten jullie op de volgende afspraak!

|