|
De
avond dat de Sint en zijn knecht lui onderuit gezakt zitten na het harde
labeur van de vorige nacht, komen we samen in Lummen. Gastheer van
dienst voor deze gelegenheid, hoe kan het ook anders, is Alain. Voor de
eerste maal zijn er evenveel eigenaars als niet eigenaars op het appel.
Van de bekenden zijn Marleen met Dante, Marc en Arie maar ook Renate en
Chiara komen opdagen. Met Obi, Naboo en onze Hovi's brengt dit op een
saldo van zeven Hovawartjes. Ook een Tervuurse Herdershond is van de
partij. Na ons eerst wat moed te hebben ingedronken in "Taverne de
Theepot" - Ashoekstraat 2 te Lummen en het buiten volledig duister
geworden is, maken we ons op voor onze
tocht
door het donker. Zoals vorige maal, mogen we enkel beroep doen op onze
lichten in geval van nood. De gegevens die we van Alain voor de tocht
ontvingen, doen ons een beetje huiveren maar verder niets.
Het is immers weer een vrolijke bende
die Alain op sleeptouw neemt! Het eerste stuk voert langs een brede
verharde weg. Het vale schijnsel van de iets verder gelegen verlichte
straatjes zorgt ervoor dat we al niet meteen onze nek breken. Na de
eerste afslag is het al meteen prijs! De weg is nu een goeie mix van
modder, water en begroeiing. Voor onze hondjes geen probleem, wij passen
onze snelheid al iets aan de omstandigheden aan. We mogen van geluk
spreken dat het droog is én helder. De halve maan werpt haar licht op
aarde en verandert bomen en struiken tot
groteske
natuurspoken. We ploeteren nu lustig verder. In de achtergrond horen we
af en toe een gilletje van niet Hovawarteigenaars. Ondanks de
ondergrond, schijnt ons tempo voor hen nog steeds een tikkeltje te snel.
Omdat we zo stilaan moerasgebied betreden, geven we kans aan iedereen om
de voorpost bij te halen. Waar we nu staan mag Joost weten. Alles lijkt
op elkaar, is groter of verder dan je denkt. Je inschattingsvermogen
wordt hier wel even op de proef gesteld. De duisternis is wel een hulp
om zonder schroom je voeten neer te plaatsen in een plas. Je weet immers
toch niet op voorhand hoe diep je zal wegzakken. Her en der heeft een
organisatie wat paletten neergelegd.
Dit kan alleen maar betekenen dat ook rubber laarzen hier niet volstaan
om droog aan de overzijde te geraken. De mini versies lijken eigenlijk
meer op een wipplank en het is dan ook aangeraden om de hindernis om
beurt te nemen. Gastheer Alain zorgt bij elke stop voor een opkikkertje.
Korte
drank gaat van hand tot hand. Wie de leverancier van dit edele vocht is,
weten we eigenlijk niet maar het smaakt en zorgt voor een kleine opstoot
van energie. We wandelen (nu ja, ploeteren is hier meer op zijn plaats)
door de vallei van de Zwarte Beek. Die komen we ook ongeveer halverwege
tegen en steken de beek over. Overdag moet dit een zeer mooie omgeving
zijn maar daar kunnen we nu dus niet van genieten. Wat wel de moeite is,
is het geplens van hondenpoten, je eigen ademhaling en soms het
ingehouden gevloek van één van je metgezellen. Moerasgeesten vallen er
niet te bespeuren. Misschien dat een verbaasde kat ons van op een
afstand zit te begluren maar nooit hebben we de indruk gekregen dat er
zich buiten ons nog een andere levende ziel in dit gebied ophield. Al
die tijd dartelen onze hondjes vrolijk maar toch ook rustig met de groep
mee. Jadzea en Dunja genieten van hun vrijheid. in het duister is La
Dunja zeker geen held maar dit keer waagt ze zich wel een keertje uit de
buurt van haar baasje, zonder het pad te verlaten natuurlijk. Schrik om
zelf in een moeras te sukkelen, hoeven we niet te hebben. De nodige
prikkeldraad zorgt er wel voor dat een misstap tijdig een halt
toegeroepen wordt.
De oorspronkelijke aankondiging dat deze wandeling een dikke drie uur
zou duren, leek iets overdreven. Na een uurtje baggeren, staan we plots
weer met onze voeten op harde, zelfs van asfalt voorziene weg. Het
laatste stuk verloopt langs Limburgs' verlaten wegen. Genoeg tijd om wat
modder van onze botten of schoenen te laten verdwijnen. Hondjes die
straks ook de taverne mee in mogen, doen hun best om het overtollige
vocht uit de vacht te laten verdwijnen. Met vastberaden tred en lust op
heerlijke pensen met appelmoes, naderen we ons doel. Zelfs in het
duister weet de taverne te bekoren. Zonder het storende geluid van
verkeer, wanen we ons weer even in een ver verleden. Bij aankomst aan de
Theepot, krijgen doorweekte voeten eerst droge sokken en schoeisel
aangemeten, krijgen de nog dorstige hondjes wat te drinken. Langzaam
vullen we met onze groep de taverne. De geur van boekweit pannenkoeken
doet ons zo al watertanden. Die zijn echter niet voor ons maar voor de
kinderen van de eigenaar. De voorbereidingen voor ons festijn gaan van
start en even later wordt het moeilijk om niet als een Hovawart te
beginnen kwijlen van verlangen. Gretig ontfermen we ons dan ook over de
dampende schotels die ons worden aangereikt. Pensen, appelmoes, thee,
alles eigen artisanale productie. Super lekker! Het genieten van de
maaltijd en al dan niet gerstenat, doet menig deelnemer langzaam wat
onderuit zakken op zijn of haar stoel. Het duurt dan ook niet heel lang
of een ander verlangen steekt de kop op: een heerlijk zacht bed! Mag het
dan een wonder heten dat ondanks de verplaatsing, het Hovawart team nog
voor tien uur zich terug thuis bevond?
Het is en blijft een zalige ervaring, toch
avontuurlijk maar zo ontspannend en zeker de moeite om dit nog eens te
herhalen in de toekomst.
Onze dank aan Alain & vrienden die voor ons
de tocht verkenden. Ook dank aan de eigenaars van de taverne die ons
zeer gastvrij ontvingen.
|